Gewoon 'nee'

Van jongs af aan leren we om vanuit onze persoonlijkheid dingen te bereiken. We ontvangen veel aanmoediging om eigenschappen als doorzettingsvermogen, wilskracht, ambitie, daadkracht en ordelijkheid te ontwikkelen. Evenals lef, assertiviteit, snelheid en verbale vaardigheden. We leren debatteren om een ‘gelijk’ te verdedigen en de ander te slim af te zijn. We schrijven betogen en beschouwingen waarin we iets vinden en zaken tegenover elkaar plaatsen en waardeoordelen toekennen. We houden wedstrijdjes, maken creaties die vervolgens worden teruggebracht tot voldoendes of onvoldoendes, kunnen met snelheid, hard werken en slimheid in plusklassen terechtkomen.

Met bovenstaande is allemaal niets mis; het zijn mooie eigenschappen en bezigheden. Ons denken is er bijzonder kundig door geworden. Maar het toont ook een eenzijdige focus, een die voorbijgaat aan een deel van het spectrum dat net zo mooi is, en eigenschappen omvat als ontvankelijkheid, bescheidenheid, eenvoud, stilte, voelen, verkenning en vrije expressie. Daarnaast is er – in mijn ervaring – vaak weinig aandacht voor de wortels van de te ontwikkelen vaardigheden. We leren ze enkel met ons hoofd, waardoor ze niet verankeren en destructieve uitwerkingen kunnen hebben. Zo horen we bijvoorbeeld: ‘Assertief zijn is vriendelijk maar duidelijk voor jezelf opkomen.’ Een kind aan wie dit is verteld zal misschien op redelijke wijze kunnen zeggen dat hij of zij iets niet leuk vindt, maar kan tegelijkertijd bang en onzeker zijn. Een negatieve respons van de ander kan vervolgens het hele geloof in assertiviteit en het daaraan gerelateerde zelfbeeld onderuit halen: ‘Ik kan niet assertief zijn dus er is vast iets mis met me.’

Het heeft iets ironisch dat we ons druk maken over zaken als discriminatie en pesten, en tegelijkertijd (in)directe beelden blijven scheppen van hoe mensen horen te zijn en zich moeten gedragen. Ik geloof niet dat het probleem is dat mensen geen respect voor elkaar hebben; iedereen is van nature liefdevol en open. We leven gewoon in een wereld met veel te veel ‘zo hoort het’-ideeën, waardoor we verkrampen. Door altijd blootgesteld te hebben gestaan aan dit soort ideeën, bestaat het risico dat we het werkelijke contact met onszelf ergens onderweg zijn kwijtgeraakt. In plaats van naar binnen te keren om te ontdekken wie we zijn, laten we het ons door de buitenwereld vertellen – zoals we dat hebben geleerd.

Een zekere mate van conditionering vindt natuurlijk altijd plaats, in welke omgeving dan ook. Juist daarom is het zo belangrijk om ons bewust te zijn van de ideeën die we als samenleving ‘inprenten’ en waar die toe leiden. Zijn die nog in evenwicht? Hebben ze als doel om een individu zoveel mogelijk zélf op zoek te laten gaan? Stimuleren ze openheid of oordeelvorming?

De invloed van conditionering is veel groter en dieper dan we vaak denken, en het kost tijd en bewustzijn om ons hier enigszins uit te ontwarren. Elke dag weer zie ik hoe mijn hoofd in vaste patronen denkt, waardeoordelen velt gebaseerd op niets, blokkeert onder (ingebeelde) druk, vrolijk probeert te zijn op minder vrolijke dagen, emoties wegduwt om werk te kunnen verzetten, zich afsluit ter bescherming, denkt iemand te moeten zijn of iets te moeten bewijzen, verdedigingsmechanismen opwerpt. Deze dingen gebeuren zo snel en zo subtiel, dat het onmogelijk lijkt om ze allemaal op te merken.

En dat hoeft ook niet. Liever niet, zelfs, want daarmee forceren en beperken we onszelf alleen nog maar meer – alwéér is er iets ‘niet goed’. Nee, het is helemaal prima dat ons hoofd zo werkt, en logisch bovendien. Onze darmflora is immers ook grotendeels het resultaat van wat we eten. Op de een of andere manier identificeren we ons alleen niet met onze darmflora, maar wel met ons hoofd. En dat is vreemd. Tegelijkertijd is daarmee de oplossing ook heel eenvoudig: een verschuiving van de aandacht. We zíjn niet al die ideeën en gedachten die in ons leven – die warrige verzameling die we ‘persoonlijkheid’ noemen en die ons zo vastpint. We zijn dat waarbinnen die hele verzameling kan ontstaan; iets wat veel groter is. Vanuit die plek doet het er niet toe of je volledig opgaat in het winnen van een argument of in stilte een boswandeling maakt. Beide bezigheden zeggen niets over jou of je ‘waarde’.

Er is een uitspraak van Mooji die me op dit punt altijd inspireert, en die neerkomt op: ‘Als je iets kunt observeren, kan hetgeen je observeert niet de observator zijn.’ Ofwel: omdat we onze gedachten en ideeën kunnen aanschouwen, zijn we ze dus vanzelfsprekend niet. Of we dit nu zo voelen of niet maakt eigenlijk niet zoveel uit; alleen de wetenschap zelf kan al een zucht van verlichting brengen.

Het is aan ons om die uitputtende strijd met het hoofd op te geven, en keer op keer terug te keren naar dat eenvoudige rustpunt van zijn en ons daar te verankeren. Dan kunnen we nog steeds overspoeld worden door gedachten en ideeën, maar die verliezen gaandeweg hun impact en zullen steeds minder vaak onze reacties bepalen. Er ontstaat vrijheid. Het persoonlijke ‘bereiken’ maakt plaats voor een natuurlijk ‘uiten’. Vervolgens kan er een gezamenlijke, maatschappelijke bewustwording ontstaan van de ideeën die er nu (onbewust) in de wereld heersen en de keurslijven waarin we onszelf en anderen proberen te wringen. Zodat de generaties die volgen steeds wat minder tijd nodig hebben om zich te ontwarren, en een kind niet op assertiviteitstraining hoeft maar simpelweg wéét dat een diepgevoelde ‘nee’ er gewoon mag zijn en vrijelijk geuit kan worden. Zonder druk van buitenaf, zonder complexiteit.


Foto: streetart in Valencia

104 keer bekeken

©2019 door Komma & Koffie
©Foto's door Floor Hoorweg