In het moment

‘In het moment zijn’. Ik zie en hoor deze woorden steeds vaker, zo vaak dat de werkelijke betekenis ervan me soms ontschiet – zoals dat nu eenmaal lijkt te gebeuren zodra iets in woorden is gevat. Als we de woorden niet onderzoeken zal er misschien slechts een vage gepopulariseerde verwijzing overblijven. Dat is zonde, want ze verhullen iets wezenlijks en moois.

Ik denk dat we als mensen van nature geneigd zijn dingen niet te onderzoeken die we niet nodig (denken te) hebben. Dat geldt ook voor de ervaring van ‘in het moment zijn’. Als alles goed lijkt te gaan, als we ons elk moment van de dag alweer kunnen verheugen op een volgend gelukzalig moment, waarom zouden we dan ín het moment moeten zijn? Als je in zo’n periode werkelijk in het moment zou verkeren, zou je dan niet de heerlijke dopamine-rush die volgt op het verzadigen van behoeften laten ontglippen? Ja, we voelen zo nu en dan die vage ontevredenheid op de achtergrond, het onbestemde lege gevoel dat kan opkomen na een plezierige ervaring en dat ons doet hunkeren naar een volgende soortgelijke ervaring. En ja, we weten ergens wel dat, als we wél volledig aanwezig zouden zijn in het moment, de mooie ervaring een complete extase kan worden. Maar het vraagt concentratie, en die kost inspanning, en hé, alles gaat toch al geweldig? Nee, in de perioden waarin we blij zijn met onszelf en het leven, doet het er allemaal niet zoveel toe hoe we ons verhouden tot verleden, heden en toekomst. Als betoverd dansen we door het leven.

Maar in andere perioden lijkt ‘in het moment zijn’ niet langer een keuze of luxe. Het zijn de perioden waarin dingen minder goed gaan, wanneer er sprake is van verlies, verscheurdheid en los moeten laten, van een almaar voortdurende, drukkende pijn. Als terugdenken aan het verleden te kwellend is, en dromen voor de toekomst hardvochtig van de baan zijn geveegd. In die perioden, waar we allemaal doorheen (zullen) gaan, wordt in het huidige moment verkeren een pure noodzaak. Dan is het de enige manier om voort te kunnen blijven bewegen. Dat klinkt heftig en zwaar, maar dat is het alleen als we het huidige moment voorbij willen snellen. En ja, dat zullen we doen. Aan één stuk door: we willen ons weer goed voelen, onze vertrouwde manier van leven oppakken, en het gaat allemaal niet vlug genoeg. Vervolgens neemt de pijn weer toe, tot die niet langer houdbaar is en we onherroepelijk worden teruggeroepen naar de enige plek waar het is uit te houden: het nu.

We kunnen blijven wegrennen, en de tijd onze pijn laten helen. Maar we kunnen er ook voor kiezen de bijzondere mogelijkheid die zich voordoet aan te grijpen, en de rijkdom en rust van het huidige moment te verkennen. In dat moment is er geen ruimte voor gedachten, want zodra we iets denken is het moment alweer voorbij. En zonder die gedachten staat pijn niet langer gelijk aan lijden. Er is enkel voelen en ervaren zonder allerlei verhalen eromheen, en misschien zelfs dat niet. In het diepste punt van het huidige moment treffen we niets en tegelijkertijd alles. Dat is het punt waar we werkelijke rust kunnen vinden, ongeacht de omstandigheden. Waar we ontdekken dat we nog ademen, en zullen blijven ademen.

Vroeg of laat zal er weer een periode aanbreken waarin we opnieuw als betoverd door het leven kunnen dansen. En die dans zal mooier zijn dan ooit tevoren. Niet vanwege het contrast met de pijn. Maar simpelweg omdat we voor ons welzijn minder afhankelijk zijn geworden van externe factoren. Als die lekkere lunch of mooie vakantie voorbij is, zullen we niet direct hunkeren naar een volgende gelukservaring – het soort hunkering dat in het boeddhisme wordt gezien als een (subtiele) vorm van lijden. In plaats daarvan kennen we nu de magie van het huidige moment, keren er gemakkelijker naar terug en kunnen van daaruit ten volle meedoen aan het leven. In extase, en in pijn.



160 keer bekeken

©2019 door Komma & Koffie
©Foto's door Floor Hoorweg