Ontmantelde idylle


Freek

Dit is Freek. Een jong vogeltje dat stierf op de langste dag van het jaar: zondag 21 juni. Freek is Pools, en werd geboren in de bergen. We vonden hem tijdens een wandeling door de tuin. Al twee dagen regende en stormde het onophoudelijk. Gewond en verzwakt lag hij naast zijn broertje in het gras. Beide jongen leken prooi te zijn gevallen aan een kat of hond. Het broertje had het al opgegeven. Freek nog niet. Zijn vleugeltjes deden nog verwoede pogingen weg te komen van de natte ondergrond. We rolden Freek in een handdoek en namen hem mee. Maakten een nestje voor hem in een kartonnen doos, warm in de oude kippenschuur. Freek bleef ademen, rolde af en toe zijn oogjes open. Deed soms een poging tot fladderen. We konden niets anders doen dan hem met rust laten en af en toe wat water op zijn snaveltje druppelen. Hopen dat hij het zou redden. Nog voordat de avond viel, was hij dood.


Freek ligt nu begraven achter de oude kippenschuur. We voelden ons verdrietig. Maar met dat verdriet kwam het besef: we hebben een puur en rauw natuurverschijnsel gepersonaliseerd. Er een dramatisch verhaal omheen gecreëerd. We hebben het zelfs een naam en een broertje gegeven! Daarmee drong de vraag zich op: is de dood op zichzelf echt zo erg? Is ‘verdriet’ inherent aan de dood? Of is het dat vooral omdat wij onszelf en onze ideeën, verbeeldingen en gevoelens projecteren op deze verandering van levensvorm?

We zijn hier regelmatig, in de bergen in het zuidwesten van Polen. De plek waar mijn vader woont en waar ik heel graag kom omdat elk onderdeel van de natuur er zo voelbaar is. In de verte een uitzicht op besneeuwde bergtoppen, dichterbij een weelderige rijkdom aan insecten, vogels en wild. Bij huis rondscharrelende kippen en honden. Tuinen met kruiden, fruit en groeten. En zó veel soorten wilde planten, bloemen en bomen dat je voor altijd nieuwe ontdekkingen lijkt te kunnen doen. Zeker nu, rondom de langste dag van het jaar.

Dit klinkt allemaal heel lieflijk, en dat is het in zekere zin ook. Maar het is ook een plek waar elke illusie van lieflijkheid direct ten einde komt. Als ik in mijn woonplaats Amsterdam ben, mis ik deze plek. Dit vanzelfsprekende groen om me heen. Ik probeer het te zoeken in parkjes en het Amsterdamse bos, maar die bevredigen nooit helemaal. Ik merk dat ik de natuur dan ga ophemelen in gedachten. Ideeën ga creëren over wat natuur is, en vooral wat die zou moeten zijn. Heel tegennatuurlijk, eigenlijk.

Hoe langer ik het gevoel heb niet genoeg in de natuur te zijn, hoe meer ik neig naar idealiseren. Zodra ik hier kom, op deze plek in de bergen, vindt er altijd een dubbele reactie plaats: ik voel me bevredigd, maar die bevrediging is anders dan ik had verwacht. Het idyllische plaatje in mijn hoofd van dwarrelende vlinders en kleurrijke bloemenoases moet plaatsmaken voor de realiteit van ziekten in de gewassen, een plaag agressieve dazen en zo’n grote hoeveelheid regen dat we alarmberichten ontvangen waarin wordt gewaarschuwd voor overstromingsgevaar van de nabije rivier. En dan was daar Freek, het ultieme voorbeeld van dat wat natuur ook is. De dood.

Verbinden betekent ook de kanten van het leven omarmen die pijn doen. De pijn voelen, maar tegelijkertijd beseffen dat de pijn iets is dat in ons ontstaat, en niet inherent is aan een verschijnsel. Door dit besef kunnen we de schoonheid inzien van het leven als geheel, dat zich gewoon afspeelt zoals het zich moet afspelen. Volgens een eigen intelligentie. Dat kunnen we fijn vinden, of minder fijn, maar wat doet dat ertoe? Hoe dichter we in contact staan met de natuur, hoe meer deze intelligentie zich aan ons lijkt te openbaren. En hoe meer we zien dat we hier allemaal onderdeel van uitmaken. Maar het mooiste van alles is: we kunnen er nooit niet onderdeel van uitmaken. We zijn de natuur. Alles om ons heen is natuur, want natuur is simpelweg het leven dat zich afspeelt. Ook in een parkje in Amsterdam.

Bloemenoases

157 keer bekeken

©2019 door Komma & Koffie
©Foto's door Floor Hoorweg