Volwassen worden

Deze blogpost is speciaal voor een vriendin. Bij het lezen van de vorige post vroeg zij: ‘Mag ik een verzoekje doen? Wil je een keer een stuk schrijven over volwassen worden?’ Dit is dezelfde vriendin met wie ik het grootste deel van mijn studententijd een huis heb gedeeld in Groningen. Haar kamer keek uit op de straat, altijd drukbevolkt door stamgasten van de kroeg naast ons, die van mij op de verwaarloosde wildernis die als tuin doorging en waarvan we enkel de eerste paar tegels gebruikten. Verder was er een lange smalle gang, keuken, douche en wc. Klinkt prima, was het ook in die tijd, behalve dat in de winter de leidingen bevroren waardoor we zonder water zaten, en er een gat met een doorsnede van 10 centimeter in de muur van het halletje zat waardoorheen je recht naar buiten keek en dat we tevergeefs met krantenproppen probeerden te dichten. Naarmate we er langer woonden namen de gebreken van het huis toe, kreeg het gaskacheltje het steeds zwaarder te verduren en schoten er steevast muizen weg bij het openen van de keukenkastjes. De huisbaas was of onbereikbaar, of had ook niet veel andere ideeën dan gaten met kranten dichten. Toen de vloer in mijn kamer, tot in de kern rot, uiteindelijk was doorgezakt (geen grapje), vonden we het wel mooi geweest.

Hoewel we vast een beter onderhouden huis hadden kunnen vinden, waren het vier geweldige jaren. Jaren waarin het oké is om alles niet op orde te hebben. Waarin dingen wél op orde hebben (wat dat ook mag betekenen) eigenlijk alles is wat je níet wilt. Waarin je de eerste stappen maakt richting een eigen leven, los van waar en hoe je opgroeide. Een nog onbeschreven wereld met eindeloos veel mogelijkheden. Ik was 17 toen ik in het huis ging wonen, en herinner me het enorme gevoel van vrijheid. Een eigen huis. Een eigen huis. Een eigen huis. Hoewel ik niet weet wat ‘volwassen zijn’ precies inhoudt, en zelf eigenlijk ook wel hoop dat dit stuk daar inzicht in gaat geven, weet ik één ding zeker: op die leeftijd was ik het niet. Dat zeg ik niet vanwege de spontane feestjes op dinsdag of het zorgeloze uitslapen, en ook niet vanwege de achtbaan van emoties die soms nog leek door te sijpelen vanuit de pubertijd. Die dingen horen gewoon bij het student-zijn. En die kun je wat mij betreft ook nog prima doen en ervaren als je ‘volwassen’ bent.

Nee, wat maakte dat ik me nog niet volwassen voelde, is de cocon waarin ik leefde.

Mijn moeder zegt altijd dat kinderen en adolescenten in een ‘ik-wereld’ zitten. Dat kan ik begrijpen, want opgroeien lijkt om de vorming van een ‘ik’ te gaan. Je komt als niets ter wereld, en verlaat het ouderlijk huis als een schijnbaar ‘iets’. Onze hele jeugd staat in het teken van deze ontwikkeling: jezelf ontdekken, richting kiezen, talenten ontplooien. Allemaal ter voorbereiding om onze eerste stappen in de ‘echte’ wereld te kunnen zetten, om iemand te worden.

Is volwassen zijn dan het eindpunt? Staan we dan eindelijk stevig verankerd in de wereld, onwankelbaar en met een duidelijk idee van wie we zijn en hoe het zit? Als een gedroogd kleibeeld dat we zorgvuldig hebben geboetseerd? Het kan verleidelijk zijn om dat te denken. Want wanneer is het anders eindelijk eens klaar? Eindelijk genoeg? Hoe prettig het ook mag lijken om ‘klaar’ te zijn, uiteindelijk brengt het idee dat we een eindpunt bereikt moeten hebben, dat we zo'n punt überhaupt kunnen bereiken, alleen maar teleurstelling, krampachtigheid en strijd. Het is namelijk niet in lijn met hoe het leven is: eeuwig veranderlijk en zonder eindpunt.

Toch kan er een moment komen waarop we denken dat we ‘klaar’ zijn, misschien al op 16-jarige leeftijd, of juist pas als we de 50 naderen. En dat is ook nodig. Want om de echte stap naar volwassenheid te maken, moeten we het zó benauwd krijgen in onze cocon, geweven van gedachten en ideeën over wie en wat we zijn, dat we niets anders kunnen dan die afwerpen. Eerst beginnen we misschien te beseffen dat we ooit een beeld van onszelf hebben gecreëerd en als de dood zijn om dat los te laten. Zodra we het loslaten, valt immers alles wat we denken te zijn uit elkaar, alles waar we zo lang naar hebben toegewerkt. Dan hebben we het allemaal voor niets gedaan. We kunnen daarop reageren door aan het beeld te gaan sleutelen; misschien moeten we onze sociale vaardigheden nog wat meer ontwikkelen, of ons logische denkvermogen. Dan gaat het vast beter, dan zijn we misschien echt ‘klaar’. Met als gevolg dat de cocon nog strakker komt te zitten.

Het is eigenlijk heel verdrietig dat we iets levends, iets wat altijd aan verandering onderhevig is, zo stevig beteugelen door middel van gedachten en ideeën. En op deze manier de stroom van leven tegenhouden. Ik geloof dat deze cocon de veroorzaker is van veel psychische klachten. Van angst, omdat de cocon alles lijkt te zijn wat we hebben en waar we op kunnen vertrouwen. Van nervositeit, onzekerheid en vermoeidheid, omdat we voortdurend proberen de cocon in stand te houden en te pantseren. En uiteindelijk van depressie, omdat we geen ruimte geven aan wie we ten diepste zijn.

Soms moeten we hierdoorheen om te beginnen met volwassen worden. Om het proces in te stappen dat het omgekeerde is van opgroeien. Waar opgroeien in het teken stond van ik-vorming, draait volwassen worden om het overstijgen van dit geconstrueerde ik. Ik zeg overstijgen en niet loslaten, want loslaten hoeft niet. Je kunt nog steeds naar de cocon kijken en er af en toe eens lekker in kruipen. Maar je beperkt jezelf er niet meer toe. Je ziet dat je nooit af was, en nooit af hoeft te zijn. Nooit af kán zijn. Dat die gedachte slechts een illusie was waar je zo erg in geloofde en zo sterk aan vasthield. Wat een vrijheid! Je hoeft niets te zijn. Je mag alles zijn. Je bent alles. En dan komt er een moment dat we de oude cocon met een liefdevolle, dankbare lach kunnen bekijken. Want die heeft je gebracht waar je nu bent.


Nu, vijf jaar nadat ik het gatenhuis vaarwel zei, ziet mijn leven er anders uit. De gaskachel is vervangen door een centrale verwarming, en er ligt een stevige vloer in mijn huis. Mijn vrienden en ik houden ons bezig met andere dingen. De werkvloer op, misschien een nieuwe studie, een eerste huisje of liever een nomadenbestaan, settelen of niet, de beoefening van een hobby of sport verdiepen. Het risico bestaat dat we in deze periode, net als in elke andere periode in ons leven, een nieuw proces van ‘opgroeien’ doormaken; een nieuw ik-beeld creëren of het oude aanscherpen. Met alle gevolgen van dien. Laten we in plaats daarvan deze periode gebruiken om werkelijk volwassen te worden. Om de laatste resten van onze cocon af te werpen, en geen nieuwe draden meer te weven. Vrij te zijn, en het leven te laten stromen. Zodat we niet langer schamper lachen als we tegen elkaar zeggen: ‘Heerlijk hè, volwassen zijn.’





162 keer bekeken

©2019 door Komma & Koffie
©Foto's door Floor Hoorweg